Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 7 september 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft eiser een kort geding aangespannen tegen gedaagde met diverse vorderingen gericht op het betreden en gebruik van een perceel, verwijdering van een muur en/of gebouw, herstel van bestrating, het niet belemmeren van toegang, medewerking aan het uitmeten van erfgrenzen en het maken van afspraken over het gebruik van laad- en losruimte.
Eiser heeft de procedure echter ingetrokken voordat de mondelinge behandeling plaatsvond. Gedaagde verzette zich tegen deze intrekking en verzocht om een proceskostenveroordeling. De kantonrechter heeft op verzoek van gedaagde zonder mondelinge behandeling beslist.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde kosten heeft gemaakt door het indienen van een conclusie van antwoord en dat eiser daarom in de proceskosten moet worden veroordeeld. De kosten worden begroot op € 240,- aan salaris voor de gemachtigde van gedaagde. Het verzoek van eiser wordt afgewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde van € 240,- na intrekking van het kort geding.