7.3.2.Rapportages
Psycholoog S. van der Burgheeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 23 maart 2020. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Verstandelijk functioneert de verdachte op beneden gemiddeld niveau. Verder is er bij hem sprake van ADHD met agressieregulatieproblemen. Het vermogen van de verdachte om te beseffen waar hij mee bezig is en de gevolgen daarvan te overzien wordt beperkt door zijn impulsiviteit, aandachtstekort en hyperactiviteit. Hij is relatief sterk geneigd tot impulsief handelen, waarbij hij zich relatief gemakkelijk kan laten meeslepen door situaties. Hij heeft ook een verhoogde behoefte aan spanning. Een hiermee samenhangende, in de kindertijd vastgestelde gedragsstoornis NAO heeft zich in normoverschrijdende richting verder doorontwikkeld in de richting van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met agressieregulatieproblemen en beperkingen in zijn morele functioneren. De oordeels- en kritiekfunctie van de verdachte staat onder druk, wat door de combinatie met ADHD en mogelijk ook traumatisering is versterkt, waardoor zijn waarneming of interpretatie van zijn eigen of andermans gedrag verstoord kan zijn. De verdachte wordt onvoldoende geremd door zijn morele functies. Normoverschrijdend gedrag lijkt bij hem genormaliseerd, zoals het dragen van een mes of het maken van steekbewegingen. De verdachte heeft problemen met zijn agressieregulatie, waardoor hij snel boos wordt en problemen heeft met zijn zelfbeheersing.
Er is zowel sprake van een gelijktijdigheidsverband: voornoemde stoornissen waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde, als van een betekenisverband: de stoornissen hadden invloed op zijn keuzemogelijkheden, zodat zijn gedragsregulatie erdoor werd belemmerd. De mate waarin dit invloed had wordt gezien als in enige mate bepalend. Geadviseerd wordt om de verdachte het ten laste gelegde in een verminderde mate toe te rekenen.
Het risico op toekomstige geweldsdelicten wordt ingeschat als matig. Hierbij lijkt onder meer een rol te spelen dat de verdachte zeer impulsief is en agressieregulatieproblemen heeft. Hij voelt zich onveilig op straat en droeg daarom een mes om zichzelf te verdedigen. Dit is illustratief voor de denkfouten die hij maakt. Bij de verdachte is daarnaast sprake van een lage frustratietolerantie en beperkte oplossings- en copingvaardigheden.
Beschermende factoren zijn dat de verdachte een behulpzame, vriendelijke jongeman is die open staat voor hulp. Hij haalde vorig jaar zijn MBO-1 diploma en hij respecteert de striktere regels die zijn moeder sinds het is misgegaan hanteert.
Geadviseerd wordt om interventies in te zetten die onder meer zijn gericht op de motivatie tot behandeling en opleiding, de morele ontwikkeling, ADHD, impulsbeheersing en emotie- en agressieregulatie, omgaan met frustraties, middelengebruik, omgaan met grenzen en het effect van zijn houding en gedrag op anderen. De interventies moeten van voldoende duur en intensiteit zijn (zeker 1 tot 1,5 jaar), minimaal eenmaal per week of vaker en kunnen ambulant worden gegeven. De verdachte gaat sinds zijn schorsing naar De Nieuwe Kans. Fivoor oppert om daarnaast een individuele agressieregulatietraining in te zetten en ook kan gedacht worden aan een buddy-systeem in verband met zijn gezelschapskeuze. De verdachte wil zelf naar een begeleid wonen-traject.
Daarnaast dient er een dagbesteding in de vorm van een opleiding, werk of een bijbaantje met een inkomen en vrijetijdsbesteding in de vorm van sport te zijn en dient ouderbegeleiding voor de moeder te worden in gezet.
Als kader wordt gedacht aan een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde verplicht jeugdreclasseringscontact, waarbij hij zich moet houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclasseerder, ook als dat inhoudt het volgen van interventies.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 mei 2020. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Er komen hoge risico’s naar voren met betrekking tot de kans op recidive. De grootste risico’s worden gezien op de gebieden relaties, geestelijke gezondheid, agressie en vaardigheden. De verdachte voelde zich ten tijde van de delicten niet veilig in de omgeving bij moeder thuis. Daardoor vond er meerdere malen een wisseling van opvoedomgeving plaats. Ook qua schoolopleiding is er bij de verdachte sprake geweest van veelvuldige wisselingen. Wel heeft hij zijn MBO-1 diploma en VCA- en heftruckcertificaat behaald.
Van jongs af aan is er bij de verdachte sprake van gedragsproblematiek waarvoor hij sinds 2016 onder behandeling staat bij Fivoor. De contacten richten zich op zijn ADHD-problematiek en hoe hiermee om te gaan. Er is aandacht voor onderwerpen als keuzes maken, vriendenkeuze, beïnvloedbaarheid en impulsiviteit en het versterken van zijn vaardigheden. Er worden risico’s gezien in de mate waarin de verdachte zijn eigen (agressieve) gedrag weet te reguleren en de keuze voor een vaardigheid af te stemmen op de situatie. Het is daarbij van belang dat de verdachte de complexe sociale situaties weet in te schatten en voor de juiste vaardigheid weet te kiezen om uit conflicten te blijven.
Gezien de hoge kans op recidive dient er binnen de behandeling van de verdachte opnieuw bezien te worden welke aandachtspunten voor hem passend zijn om tot gedragsverandering te kunnen komen.
De verdachte heeft meerdere potentieel traumatische ervaringen doorgemaakt, waarbij hij vooral veel vertelt over de bedreigingen en mishandelingen sinds 2015. Verder heeft hij een belast verleden en liep zijn scholing vanwege ADHD en dyslexie moeizaam.
Positief is dat de verdachte in de afgelopen periode de contacten die hij had met criminele leeftijdsgenoten heeft verminderd en/of verbroken. Verder is van belang dat hij functioneert binnen voldoende structuur en duidelijkheid om het recidiverisico te beperken en een gunstige verdere ontwikkeling te bevorderen.
De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie onder de bijzondere voorwaarden:
- meewerken aan een vorm van daginvulling via het project De Nieuwe Kans of een vergelijkbaar project;
- zich houden aan zijn behandeling via Fivoor of een andere GGZ-instelling;
- zich houden aan de voorwaarden van de ingestelde avondklok zolang dit nodig wordt geacht;
- een deels gestructureerde vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;
- geen contact met het slachtoffer;
- meewerken aan de inzet van een vorm van begeleid wonen of kamertraining.
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 27 juli 2020. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in.
Het algemeen recidiverisico mag hoog worden geacht. Het dynamisch risicoprofiel wordt gemiddeld ingeschat. Er worden vooral beschermende factoren gezien binnen de domeinen werk, vrije tijd en attitude. Risicofactoren worden vooral gezien binnen de domeinen agressie, relaties en geestelijke gezondheid. De verdachte heeft daarnaast onvoldoende vaardigheden om conflicten op een goede manier op te lossen en zijn agressie te beheersen.
De jeugdreclassering adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen onder de bijzondere voorwaarden die gelijkluidend zijn aan de voorwaarden die door de Raad zijn geadviseerd.
De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.