Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
in het incident
1..Het (verdere) verloop van de procedure
- het tussenvonnis in het incident van 10 april 2020;
- de akte van Lindeloof, met producties;
- de akte van Hardeman, met productie.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen Hardeman Isolatie B.V. en Lindeloof Services B.V. staat de vraag centraal welke algemene voorwaarden van toepassing zijn op hun overeenkomst en of de kantonrechter bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen. Lindeloof stelt dat haar algemene voorwaarden met een arbitraal beding gelden, waardoor de rechtbank onbevoegd zou zijn. Hardeman betwist dit en voert aan dat haar eigen algemene voorwaarden van toepassing zijn, zonder arbitraal beding.
De rechtbank overweegt dat de offerte van Hardeman van 20 juli 2018 de basis vormt voor de overeenkomst, tenzij Lindeloof dit uitdrukkelijk heeft afgewezen. Hoewel Lindeloof erkent dat deze offerte de basis is, stelt zij dat de algemene voorwaarden van Hardeman uitdrukkelijk zijn afgewezen in de mondelinge overeenkomst van 28 augustus 2018. De rechtbank constateert echter dat hiervan geen bewijs is geleverd en dat de schriftelijke overeenkomst pas later is opgesteld en niet door Hardeman is ondertekend.
Daarom is niet komen vast te staan dat Lindeloof de algemene voorwaarden van Hardeman vóór of op de datum van de overeenkomst heeft afgewezen. De kantonrechter verklaart zich derhalve bevoegd en wijst de vordering van Lindeloof tot onbevoegdverklaring af. Lindeloof wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord in de hoofdzaak.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst de vordering van Lindeloof tot onbevoegdverklaring af.