ECLI:NL:RBROT:2020:10817
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling tandartsrekening en begrotingsverschil afgewezen, eis in reconventie niet-ontvankelijk
Op 3 mei 2016 heeft gedaagde zich met gebitsproblemen tot een tandartspraktijk gewend. Na onderzoek door tandarts en mondhygiënist is een begroting van €591,90 verstrekt en door gedaagde ondertekend. Behandelingen vonden plaats op 6 mei 2016. Famed B.V. heeft de vordering overgenomen en factureerde €1.019,97. Gedaagde betaalde €595,16, maar liet €424,81 onbetaald.
Famed vordert betaling van €550,84 vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Gedaagde betwist het factuurbedrag omdat het hoger is dan de begroting. Een second opinion van een tandarts, overgelegd door gedaagde, stelt dat sommige behandelingen niet nodig waren en dat er te hoge kosten zijn berekend. De kantonrechter oordeelt dat de second opinion onvoldoende onderbouwing biedt en dat het bedrag voor de mondhygiënist niet hoger is dan de begroting. Wel wordt een correctie van €52,85 toegepast vanwege onjuist gefactureerde vullingen en verdoving.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 23 juli 2016, rekening houdend met de deelbetaling. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaning niet aan wettelijke eisen voldoet. De eis in reconventie van gedaagde wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze te laat is ingesteld. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €371,96 plus rente en in de proceskosten. Eiseres in reconventie wordt veroordeeld in haar proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een verminderd factuurbedrag met rente, buitengerechtelijke kosten worden afgewezen en eis in reconventie is niet-ontvankelijk.