ECLI:NL:RBROT:2020:10830
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod op grond van Wet tijdelijk huisverbod ondanks betwisting gevaar
De burgemeester van Rotterdam legde op 6 maart 2020 een huisverbod op aan verzoeker wegens een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen in de woning. Verzoeker stelde dat het gevaar onvoldoende was gemotiveerd en dat veiligheidsafspraken het gevaar hadden weggenomen. De rechtbank oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd, gelet op eerdere incidenten van huiselijk geweld en vernielingen door verzoeker, en het feit dat nog geen uitvoering was gegeven aan veiligheidsafspraken.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester bevoegd was het huisverbod op te leggen en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt. De eerste tien dagen van het huisverbod kunnen slechts onder bijzondere omstandigheden worden doorbroken, welke hier niet aanwezig waren. Verzoekers beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De rechtbank overwoog tevens dat de Wet tijdelijk huisverbod niet in strijd is met het recht op family life uit het EVRM. De motivering van het besluit was minimaal maar voldoende om het huisverbod te dragen. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.