ECLI:NL:RBROT:2020:10844
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing huurvordering wegens achterstallige huur en bevestiging einddatum huurovereenkomst
In deze zaak vordert Stichting Woonstad Rotterdam betaling van achterstallige huur van twee huurders tot en met 12 juni 2019, de datum waarop de woning daadwerkelijk werd opgeleverd. De huurders stelden dat zij de woning al op 30 april 2019 wilden opleveren, maar dat dit door verhindering van Woonstad en ziekte van een huurder niet mogelijk was. De eindoplevering vond uiteindelijk plaats op 12 juni 2019.
Woonstad heeft met stukken onderbouwd dat op 13 mei 2019 een tusseninspectie plaatsvond waaruit bleek dat de woning nog niet deugdelijk kon worden opgeleverd vanwege noodzakelijke werkzaamheden. De afspraak voor eindoplevering werd op verzoek van de huurders verzet naar 12 juni 2019, maar ook toen waren de werkzaamheden nog niet volledig afgerond. Desondanks is uit coulance de huurovereenkomst tot die datum gehandhaafd.
De kantonrechter oordeelt dat het uitstel niet aan Woonstad kan worden toegerekend, maar het gevolg is van de staat van het gehuurde. Daarom is de einddatum van de huurovereenkomst terecht vastgesteld op 12 juni 2019 en zijn de huurders gehouden de huur tot die datum te voldoen. De vordering wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van achterstallige huur tot en met 12 juni 2019, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.