Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding, met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord, met producties 1a tot en met 13, en fotobijlage;
- de pleitaantekeningen van mr. Uluman.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer, sinds 1996 in dienst als kraanmachinist, veroorzaakte op 18 oktober 2019 schade aan een afgemeerd schip door onoplettendheid met de kraan. Dit leidde tot een disciplinaire maatregel waarbij hij werd teruggeplaatst in een lagere functie met een lager salaris.
De werknemer vorderde in kort geding onmiddellijke terugplaatsing in zijn oude functie met volledig salaris en pensioenopbouw, alsmede rehabilitatie en betaling van achterstallig loon. De werkgever verweerde zich met het oog op de ernst van het incident en eerdere incidenten met de werknemer.
De kantonrechter oordeelde dat het incident ernstig en verwijtbaar was, met gevaarlijke situaties en recidive. De werkgever handelde als goed werkgever door een minder vergaande maatregel te nemen dan ontslag. De vordering tot terugplaatsing en betaling van het oude salaris werd afgewezen.
De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is een voorlopig oordeel in kort geding, waarbij de ernst van het incident en de belangen van de werkgever zwaar wogen.
Uitkomst: Vordering tot terugplaatsing in oude functie en betaling van salaris wordt afgewezen.