Horeca Nederland vorderde betaling van een bedrag van € 1.539,18 van voormalige vennoten van een vennootschap onder firma. Na een eiswijziging werd de vordering verminderd, maar de nieuwe eis was onduidelijk geformuleerd. De rechtbank beperkte de beoordeling tot het deel dat wel duidelijk was, namelijk de factuur van € 261,36 voor advieswerkzaamheden.
De voormalige vennoten erkenden dat er werkzaamheden waren verricht, die 1,8 uur bedroegen, waarvoor een redelijk uurtarief van € 120 werd gehanteerd. De rechtbank kende dit bedrag toe, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 14 dagen na het vonnis. De overige vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende bepaalbaarheid.
Horeca Nederland werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl de voormalige vennoten geen kosten werden toegekend omdat zij de procedure in eigen hand hielden. Het vonnis werd uitgesproken door de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam op 28 februari 2020.