De huurovereenkomst tussen Woonstad Rotterdam en de huurder voor een sociale huurwoning in Charlois is ontbonden wegens ongeoorloofde onderverhuur. Woonstad ontving meldingen dat de huurder de woning niet als hoofdverblijf gebruikte en deze aan derden onderverhuurde. Een onderzoek door Stichting Bestrijding Woonfraude Hennepteelt bevestigde dit, waarbij een derde persoon in de woning werd aangetroffen die huur betaalde aan de huurder.
De huurder betwistte de vordering onvoldoende en bracht geen bewijs om de onderhuur te weerleggen, terwijl de bewijslast hiervoor op hem rustte volgens de algemene voorwaarden. Ook werd vastgesteld dat de huurder de maandelijkse huur regelmatig te laat betaalde.
De kantonrechter oordeelde dat de tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst, waaronder de onderverhuur en huurachterstand, ontbinding rechtvaardigen. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening, betaling van €1.750 winst uit onderhuur en €333,83 onderzoekskosten, beide met wettelijke rente, en in de proceskosten.