Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1 december 2020
1..Onderzoek op de terechtzitting
17 november 2020.
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder feit 1 impliciet primair ten laste gelegde (moord) alsmede bewezenverklaring van het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
- verdachte – met een geladen pistool in een tasje op zijn buik - buiten stond op het moment dat [naam slachtoffer 2] en het slachtoffer de [plaats delict] in reden voor een tweede bezoek aan de avondwinkel van verdachte;
- verdachte de auto met daarin [naam slachtoffer 2] en het slachtoffer aan zag komen rijden;
- verdachte rustig naar deze auto is gelopen op het moment dat [naam slachtoffer 2] de auto parkeerde;
- verdachte zijn looppas heeft versneld op het moment dat [naam slachtoffer 2] uitstapte;
- het portier aan de bijrijderszijde dicht en op slot zat en ook het raam aan die zijde dicht was;
- het slachtoffer geen wapen bij zich had en er ook in de auto geen wapen is aangetroffen;
- er tussen het moment dat de auto met het slachtoffer aan kwam rijden op de [plaats delict] (22:00:52) en het eerste schot ruim een halve minuut zit en tussen het moment dat de auto geparkeerd werd (22:01:13 uur) en het eerste schot elf seconden;
- verdachte van korte afstand 14 keer gericht op het slachtoffer heeft geschoten;
- er tussen de eerste kogelreeks en de tweede een pauze van 5 seconden zit;
- verdachte niet direct is weggelopen, maar nog even bij de auto is blijven staan en zich voorover heeft gebogen in de richting van de auto waarna hij zijn sleutel (aldus verdachte zelf) in de winkel is gaan halen en rustig is weggereden.
5..Strafbaarheid feiten
1..moord;
3..vernieling.
Conclusie
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Vorderingen benadeelde partij
(3) vervangend vervoer € 950,-
10..Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12.. Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) jaren;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen de navolgende bedragen, steeds vermeerderd met de wettelijke rente over die bedragen vanaf 6 november 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, te betalen: