Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiseres, verhuurder van een bedrijfsruimte te Rotterdam, in kort geding de ontruiming van het gehuurde en betaling van een huurachterstand door gedaagde, de huurder. Gedaagde is niet verschenen op de mondelinge behandeling, waarna verstek is verleend.
Eiseres stelt dat gedaagde de huur niet volledig heeft betaald en meerdere keren te laat was, waardoor een huurachterstand is ontstaan. Gevreesd wordt dat voortzetting van de huurovereenkomst leidt tot verdere financiële schade voor eiseres. Daarom is er een spoedeisend belang bij ontruiming en betaling van de achterstallige bedragen.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voldoende is aangetoond en wijst de vorderingen toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen, het teruggeven van de sleutels, betaling van de huurachterstand van €3.282,60 met wettelijke rente vanaf 21 oktober 2020, en betaling van de maandelijkse huur van €786,93 vanaf november 2020 tot en met de maand van ontruiming, eveneens met rente bij gebreke.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit griffierecht, dagvaardingskosten en salaris gemachtigde, met wettelijke rente vanaf de 15e dag na betekening van het vonnis. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van huurachterstand en maandelijkse huur met rente en proceskosten.