ECLI:NL:RBROT:2020:10995

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 november 2020
Publicatiedatum
2 december 2020
Zaaknummer
C/10/605610 / JE RK 20-2791
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2006, die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en de afgelopen jaren op verschillende adressen verbleef. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar is door persoonlijke problematiek niet in staat een veilige en gestructureerde opvoedingsomgeving te bieden.

De minderjarige is voorafgaand aan de zitting gehoord en wil graag in het door zijn school gevonden pleeggezin wonen. De moeder staat achter het verzoek en wenst contact met haar zoon, maar op dit moment is er geen contact. De school heeft zich bijzonder ingezet en een pleeggezin gevonden dat positief is gescreend en waar de minderjarige zich welkom voelt.

De rechtbank oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd zonder stabiele en veilige woonomgeving. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 18 november 2021 en de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg wordt verleend voor dezelfde periode. Het herstel van contact tussen moeder en zoon zal worden bekeken zodra de minderjarige rust heeft gevonden in het pleeggezin.

De beschikking is mondeling gegeven op 18 november 2020 en schriftelijk vastgesteld op 30 november 2020. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd en verleend tot 18 november 2021.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/605610 / JE RK 20-2791
datum uitspraak: 18 november 2020

verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2006 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 7 oktober 2020, ingekomen bij de griffie op 9 oktober 2020.
Op 18 november 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord in het bijzijn van een vertrouwenspersoon, de heer [naam vertrouwenspersoon] ,
- de moeder,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
[voornaam minderjarige] heeft geen vaste woon- of verblijfplaats.
Bij beschikking van 3 december 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 3 december 2020.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen met een jaar.
Tevens wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verzocht voor de duur van een jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Op dit moment zijn er geen rust, stabiliteit en structuur in het leven van [voornaam minderjarige] . Hij kan niet bij zijn moeder wonen en hij heeft in de afgelopen twee jaren op verschillende adressen verbleven. Daarbij is hij er nooit zeker geweest van hoelang hij ergens kon blijven. Via de school van [voornaam minderjarige] is nu een pleeggezin voor hem gevonden. Het pleeggezin is positief gescreend en de kennismaking van [voornaam minderjarige] met het pleeggezin is positief verlopen. Ook de moeder is positief over het pleeggezin. Op dit moment is er geen contact tussen de moeder en [voornaam minderjarige] . Als [voornaam minderjarige] rust heeft gevonden in het pleeggezin zal de GI kijken of herstel van het contact tussen [voornaam minderjarige] en de moeder mogelijk is.

Het standpunt van de moeder

De moeder staat achter het verzoek. Het doet de moeder veel verdriet dat zij geen contact heeft met [voornaam minderjarige] . Zij zou graag weer contact met hem willen hebben. De moeder is dankbaar voor de betrokkenheid van hulpverleners, de school en het pleeggezin dat voor [voornaam minderjarige] is gevonden.

De mening van [voornaam minderjarige]

wil graag in het pleeggezin gaan wonen dat zijn school voor hem heeft gevonden. [voornaam minderjarige] heeft de afgelopen tweeëneenhalf jaar steeds zelf een plek moeten regelen waar hij dan korte tijd kon verblijven. De afgelopen weken heeft hij bij een docent kunnen slapen. [voornaam minderjarige] is blij dat er een pleeggezin is gevonden waar hij voor langere tijd kan blijven. [voornaam minderjarige] wil na het afmaken van de HAVO zijn VWO-diploma halen. Op dit moment wil [voornaam minderjarige] nog geen contact met zijn moeder hebben.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [voornaam minderjarige] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De moeder heeft persoonlijke problematiek waardoor zij niet in staat is om een veilige en gestructureerde opvoedingsomgeving te bieden aan [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft daardoor weinig stabiliteit en continuïteit in zijn leven ervaren en de afgelopen jaren geen vaste verblijfplaats gekend.
Net als voor andere kinderen is het belangrijk dat [voornaam minderjarige] in een opvoedsituatie terecht komt waar hem rust, stabiliteit en veiligheid worden geboden. Het is bijzonder en hartverwarmend dat de school van [voornaam minderjarige] , zich zo voor hem heeft ingespannen en een dergelijke plek voor hem heeft gevonden. Die omstandigheid, het feit dat docenten van de school daaraan voorafgaand ook onderdak aan hem hebben geboden en de bereidheid van het pleeggezin hem voor langere tijd op te nemen, stemmen tot grote dankbaarheid. De ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] zal worden verlengd en een machtiging tot uithuisplaatsing zal worden verleend zodat [voornaam minderjarige] , in ieder geval het komende jaar, binnen het beoogde pleeggezin kan verblijven en hij de rust en zorg krijgt die hij nodig heeft om tot een adequate ontwikkeling te komen. Vanuit de stabiliteit van het pleeggezin zal de komende periode bekeken kunnen worden of herstel van het contact tussen [voornaam minderjarige] en zijn moeder mogelijk is en in het belang is van [voornaam minderjarige] .
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook is de uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, BW). Aangezien de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg maximaal voor de duur van een jaar kan worden verleend zal de kinderrechter, ten behoeve van het gelijk laten lopen van de termijnen, de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen tot 18 november 2021 en de gevraagde machtiging tot uithuisplaatsing verlenen tot 18 november 2021. Het verzoek zal voor het overige worden afgewezen.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 18 november 2021;
verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot
18 november 2021;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2020 door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. Apeldoorn als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 november 2020.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.