Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
Waarborgsom
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen verhuurster en huurders over een huurovereenkomst van maximaal twee jaar voor een woning in Rotterdam. De verhuurster vorderde betaling van huurachterstanden over diverse maanden, wettelijke rente, schadevergoeding voor een ontbrekende keukengeiser en proceskosten. De huurders erkenden deels de achterstand maar betwistten onder meer de vordering over september 2019 en de schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de huurders de huur voor oktober tot en met december 2019 en een restant van december 2018 verschuldigd zijn. De betaling van €1.173,06 in september 2019 werd niet toegerekend aan de huur van september, maar aan oudere schulden. De vordering tot schadevergoeding over januari en februari 2020 werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs dat de woning niet correct was opgeleverd of dat de huurders na beëindiging de woning zouden hebben bewoond.
Ook de schadevergoeding voor de ontbrekende keukengeiser werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat de huurders deze hadden meegenomen. De waarborgsom van €895,00 werd geacht volledig te zijn voldaan en diende aan de huurders te worden terugbetaald. De rechtbank veroordeelde de huurders hoofdelijk tot betaling van €3.170,04 aan achterstallige huur, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €3.170,04 aan huurachterstand, vermeerderd met wettelijke rente, en de waarborgsom wordt aan hen terugbetaald.