De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om verlenging van een op 23 januari 2020 opgelegde crisismaatregel ten aanzien van betrokkene, die verblijft in Antes GGZ locatie Bouman te Rotterdam. De aanvraag betrof een tweede verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel met aanvullende verplichte zorg, omdat de eerste machtiging onvoldoende zorg bevatte om ernstig nadeel af te wenden.
Tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2020 werd vastgesteld dat de eerder op 22 januari 2020 verleende machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel nog niet was beëindigd. De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) staat niet toe dat twee machtigingen tot crisismaatregelen elkaar overlappen; zij kunnen slechts op elkaar aansluiten. Hierdoor was het tweede verzoek niet ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat de officier niet-ontvankelijk is in het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel. Een inhoudelijke beoordeling van de gevraagde verplichte zorg was daardoor niet aan de orde. Tegen deze beschikking staat cassatie open.