Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 11 november 2020
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak zijn partijen echtgenoten verwikkeld in een echtscheidingsprocedure waarbij de vrouw vordert dat de man wordt uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Rotterdam. De vrouw stelt dat zij financieel nadeel ondervindt doordat zij geen huurtoeslag kan ontvangen zolang de man op hetzelfde adres staat ingeschreven. De man betwist het spoedeisend belang en stelt dat hij zonder inschrijving geen bijstandsuitkering kan aanvragen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat hoewel de vrouw voldoende spoedeisend belang heeft, de vordering niet toewijsbaar is omdat de niet-uitschrijving niet onrechtmatig is. De man heeft geen nieuw adres en het belang van de man bij behoud van zijn bijstandsuitkering weegt zwaarder dan het belang van de vrouw bij huurtoeslag. Bovendien is een uitschrijving uit de BRP alleen mogelijk door de gemeente en niet door een rechterlijke uitspraak.
In reconventie vordert de man onder meer een omgangsregeling en de afgifte van persoonlijke eigendommen, maar deze vorderingen worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende informatie. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De vordering tot uitschrijving uit de BRP wordt afgewezen vanwege het ontbreken van onrechtmatigheid en het belang van de man bij behoud van zijn bijstandsuitkering.