Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
[naam minderjarige] ,
[naam moeder] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
Het standpunt van de moeder
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden vanwege spanningen in de thuissituatie en huiselijk geweld tussen de ouders, alsmede onveilige omgangsmomenten met de vader. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en de minderjarige woont bij haar.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werd vastgesteld dat er momenteel geen zorgen zijn over de opvoedsituatie bij de moeder, die betrokken is en waarbij de minderjarige zich positief ontwikkelt. Wel is er sprake van een contactverbod tussen de ouders en onregelmatigheden in de omgang met de vader, die afspraken niet nakomt en een behandeling bij Fivoor moet afronden.
De kinderrechter concludeert dat de huidige situatie geen ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van de minderjarige. De onvoorspelbaarheid rondom de omgang met de vader is teleurstellend maar onvoldoende voor ondertoezichtstelling. Het verzoek wordt daarom afgewezen, met de verwachting dat de moeder de vader een kans geeft contact te hervatten zodra hij zijn zaken op orde heeft.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt afgewezen wegens het ontbreken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.