De zaak betreft een geschil tussen buren over de hinder veroorzaakt door het houden van duiven in een achtertuin. Eiser [persoon A] c.s. vordert een verbod op het houden van duiven of naleving van beperkingen die eerder door het hof zijn vastgesteld, met dwangsommen bij overtreding. Verweerder [persoon C] c.s. vordert een verruiming van deze beperkingen en een verbod op het maken van heimelijke opnames.
De rechtbank overweegt dat partijen een zekere mate van hinder moeten dulden, maar dat de duivenhouder zijn hobby moet uitoefenen binnen redelijke beperkingen. Het bewijs van overtredingen van deze beperkingen door [persoon C] c.s. is onvoldoende overtuigend. Wel acht de rechtbank aannemelijk dat het schoonmaken van het duivenhok buiten het wedstrijdseizoen meer tijd kost en gaat zij akkoord met een verruiming daarvan onder een tijdsbeperking.
Verder wordt toegestaan dat jonge duiven op drie dagen per week ’s ochtends mogen uitvliegen, naast de reeds bestaande tijden, mits dit niet leidt tot extra hinder. Het verzoek tot verbod op het maken van opnames wordt afgewezen, omdat geen sprake is van een ontoelaatbare inbreuk op de privacy. De rechtbank legt een dwangsom van €50 per dag op bij overtreding van de schoonmaaktijden, met een maximum van €5.000. Proceskosten worden gecompenseerd.