Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van OHRA Zorgverzekeringen tegen een verzekerde die het eigen risico over 2018 niet heeft voldaan. OHRA stelt dat het eigen risico verschuldigd is omdat de behandeling in 2017 is gestart met een intakegesprek en is voortgezet in 2018, waarbij voor elk jaar een eigen risico geldt.
De verzekerde betwist dat hij voor beide jaren eigen risico moet betalen, omdat de behandeling bij dezelfde zorgaanbieder voor dezelfde klachten werd voortgezet. OHRA verwijst naar de DBC-regeling, waarbij een behandelingstraject wordt gefactureerd via diagnosebehandelcombinaties die starten op het moment van het intakegesprek.
De rechtbank oordeelt dat het eigen risico terecht is toegepast voor 2017 en 2018, omdat er een nieuwe DBC is gestart in 2018, waardoor het eigen risico opnieuw verschuldigd is. De vordering wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Vanwege onvoldoende uitleg door OHRA over het complexe systeem van eigen risico en DBC's worden de proceskosten gecompenseerd, zodat beide partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van eigen risico over 2017 en 2018 met compensatie van proceskosten.