ECLI:NL:RBROT:2020:11449
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake opschorting beslistermijn bijstandsaanvraag en voorschotten
Verzoekster diende een bijstandsaanvraag in op 5 oktober 2020. Verweerder, het Drechtstedenbestuur, besloot op 24 november 2020 de beslistermijn op te schorten tot 1 maart 2021 vanwege corona-maatregelen. Verzoekster ontvangt sinds 30 november 2020 voorschotten als renteloze lening om in haar levensonderhoud te voorzien, welke zij moet terugbetalen indien de aanvraag wordt afgewezen.
Verzoekster maakte bezwaar tegen de opschorting en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om vast te stellen dat zij de voorschotten niet hoeft terug te betalen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet spoedeisend is omdat verzoekster reeds voorschotten ontvangt en het terugbetalen daarvan in de toekomst geen spoedeisend belang oplevert.
Daarnaast is een oordeel over de rechtmatigheid van het besluit voorlopig van aard en kan niet definitief worden vastgesteld of verzoekster recht heeft op bijstand of dat de voorschotten moeten worden terugbetaald. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en voorlopig karakter van het oordeel.