ECLI:NL:RBROT:2020:11488
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Loonvordering op grond van vaste arbeidsomvang bij oproepovereenkomst
Eiseres is sinds september 2017 werkzaam bij gedaagde op basis van een oproepovereenkomst. Sinds 10 maart 2020 is zij arbeidsongeschikt. Gedaagde betaalde slechts een deel van het loon over juli 2020. Eiseres vordert loonbetaling over een vaste arbeidsomvang van 31 uur per week vanaf 1 februari 2020 en wettelijke verhoging wegens niet-tijdige betaling.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst een oproepovereenkomst betreft en dat gedaagde verplicht was een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang, wat niet is gebeurd. Hierdoor heeft eiseres recht op loon over de gemiddelde arbeidsomvang in de voorafgaande twaalf maanden.
Hoewel gedaagde financiële problemen door overname en coronacrisis aanvoert, blijft zij gehouden aan haar betalingsverplichtingen. De kantonrechter wijst de loonvordering toe met inachtneming van de horeca cao, waardoor het loon tijdens ziekte wordt gematigd. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot 20% vanwege betalingsonmacht. De vordering tot het doen van een aanbod voor vaste uren wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van loon over vaste arbeidsomvang vanaf juli 2020 met wettelijke verhoging en proceskosten, vordering tot aanbod vaste uren afgewezen.