Uitspraak
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 6 juli 2020, met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek, met productie;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres verhuurde sinds oktober 2016 een kamer aan gedaagde tegen een maandelijkse huurprijs van €420 plus €115 servicekosten. Gedaagde had een huurachterstand die al eerder was vastgesteld in een vonnis van maart 2020. Eiseres vorderde ontbinding van de huurovereenkomst wegens herhaalde wanbetaling en slecht huurdersgedrag.
Gedaagde betwistte de vordering en gaf aan dat de huurachterstand mede veroorzaakt werd door late uitkeringsbetalingen en loonbetalingen vanwege de coronacrisis. Hij ontkende slecht huurdersgedrag en stelde dat de overschrijdingen incidenteel waren.
De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand tot en met oktober 2020 €535 bedroeg en dat gedaagde wettelijke rente verschuldigd is. De tekortkoming in huurbetaling werd als gering beoordeeld, waardoor ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd was. De vordering tot ontbinding werd afgewezen, maar gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente en proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen, maar gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en rente.