Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Vattenfall Sales Nederland N.V., en
Vattenfall Warmte N.V.,
Rechtbank Rotterdam
Vattenfall en gedaagde sloten op 29 april 2017 een overeenkomst voor warmtelevering aan het adres van gedaagde. Gedaagde stelde de overeenkomst telefonisch in januari 2020 te hebben opgezegd, maar kon dit niet bewijzen. Vattenfall betwistte de opzegging en stelde dat de overeenkomst doorliep tot 28 juli 2020.
Gedaagde betaalde de facturen van september 2019 tot en met juni 2020 niet, ondanks aanmaningen. Vattenfall vorderde betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde in verzuim was en veroordeelde hem tot betaling van het volledige bedrag.
Ook de gevorderde wettelijke rente en incassokosten werden toegewezen, omdat Vattenfall de vordering uit handen had gegeven en een correcte aanmaning had verstuurd. Gedaagde werd in de proceskosten veroordeeld. Een betalingsregeling kon niet worden opgelegd zonder instemming van Vattenfall.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van openstaande warmteleveringskosten, rente en incassokosten wegens niet-betaling en ontbrekende bewijs opzegging.