Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
Kinderopvang Het Steigertje heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde wegens niet volledig betaalde facturen voor de opvang van haar twee dochters. De vordering omvat een bedrag van €1.933,66, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 juni 2020, alsmede buitengerechtelijke incassokosten.
Gedaagde erkent een betalingsachterstand, maar betwist de juistheid van het gevorderde bedrag en de overeenkomsten die daaraan ten grondslag liggen. Zij wijst op persoonlijke en medische omstandigheden als oorzaak van de betalingsachterstand en geeft aan in overleg te willen treden over een betalingsregeling.
De rechtbank stelt vast dat Kinderopvang Het Steigertje de ontbrekende overeenkomsten heeft overgelegd en een overzicht van de kosten heeft gegeven. Gedaagde heeft niet concreet betwist wat onjuist zou zijn, noch tijdig de juiste stukken ingebracht. De persoonlijke omstandigheden ontslaan gedaagde niet van haar betalingsverplichting.
De rechtbank wijst de hoofdsom, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten toe, aangezien gedaagde niet binnen de gestelde termijn heeft betaald. Tijdens de procedure is een bedrag van €135,- betaald, dat in mindering wordt gebracht. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.933,66 met rente en incassokosten, en in de proceskosten.