Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1. [naam vennootschap 1] B.V.,
en
2. [naam vennootschap 2] B.V.,
en
Rechtbank Rotterdam
Verzoeksters, drie besloten vennootschappen gevestigd te Moerdijk, hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter J.B. Smits in een civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam. Het verzoek betrof een beslissing van de rechter om een door verzoeksters ingediende eiswijziging bij conclusie van dupliek in reconventie te weigeren, omdat deze eiswijziging een geheel nieuwe grondslag betrof en in strijd werd geacht met een goede procesorde.
Verzoeksters stelden dat de rechter zich uitsluitend had gebaseerd op het bezwaar van de gedaagde zonder hen in de gelegenheid te stellen te reageren, waardoor het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en er vrees bestond voor vooringenomenheid. De rechter ontkende dit en stelde dat beide partijen evenveel gelegenheid hadden gehad en dat het bezwaar van de gedaagde vormvrij was.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige of mogelijk onjuiste beslissing van een rechter op zichzelf geen grond voor wraking vormt. Ook de motivering van de beslissing kon niet worden gezien als blijk van vooringenomenheid. De beslissing van de rechter om te weigeren op de eiswijziging te beslissen na het bezwaar van de gedaagde was een normale processuele beslissing en er was geen schending van hoor en wederhoor.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters, voorzitter A. Buizer en rechters A. Verweij en L.E.M. Wilbers-Taselaar, op 4 november 2020.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter J.B. Smits wordt afgewezen wegens ontbreken van schending van hoor en wederhoor en vooringenomenheid.