De rechtbank Rotterdam heeft op 25 november 2020 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn netwerkpleegmoeder, de grootmoeder van vaderszijde. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren eerder verlengd tot 13 december 2020 en worden nu met een jaar verlengd. De moeder oefent het gezag uit, maar kan geen stabiele opvoedsituatie bieden. De vader is emotioneel betrokken maar biedt eveneens geen stabiel thuis.
De minderjarige verblijft vrijwel zijn hele leven bij de pleegmoeder en ontwikkelt zich goed. Zowel de ouders als de GI en pleegmoeder zijn het eens over het perspectief bij de pleegmoeder. De moeder werkt mee met hulpverlening en wenst meer contact met haar kind. De pleegmoeder faciliteert het contact tussen ouders en kind en staat open voor begeleiding.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de minderjarige bij stabiliteit en continuïteit in de opvoedsituatie zwaarder weegt dan het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder. De wettelijke criteria voor verlenging van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn daarmee vervuld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.