Eiseres was werkzaam als verpleeghulp en meldde zich ziek in 2013. Na een WIA-beoordeling in 2015 werd zij geschikt geacht voor bepaalde functies binnen de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). In 2018 ontving zij een Ziektewetuitkering, die in maart 2019 werd beëindigd omdat een verzekeringsarts concludeerde dat zij geschikt was voor de maatgevende arbeid.
Eiseres maakte bezwaar en stelde dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was. De rechtbank oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de beperkingen objectief waren vastgesteld en de medische gegevens van de behandelend sector niet noodzakelijk waren opgevraagd.
De rechtbank volgde de verzekeringsarts in zijn conclusie dat eiseres geschikt is voor ten minste één van de eerder vastgestelde functies. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.