De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2004, vanwege blijvende zorgen over haar ontwikkeling en welzijn. De minderjarige woont afwisselend bij haar ouders, die het ouderlijk gezag uitoefenen.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de minderjarige, haar ouders en een vertegenwoordiger van de GI gehoord. De GI benadrukte dat ondanks enige zelfstandigheid van de minderjarige, zoals het zelfstandig regelen van een laptop en het kiezen van een school, er nog onvoldoende vertrouwen is dat zij meer verantwoordelijkheden aankan. De GI betreurde de wisselingen in jeugdbeschermers en de moeizame samenwerking met de ouders.
De ouders en de minderjarige stelden voor de ondertoezichtstelling slechts voor een kortere periode te verlengen, om zo een nieuw toetsmoment te creëren en de GI aan te sporen haar verantwoordelijkheid te nemen. De rechtbank constateerde dat de minderjarige kwetsbaar is door haar lichte verstandelijke beperking, hechtingsstoornis en automutilatie, en dat haar ontwikkeling nog steeds bedreigd wordt.
Gezien deze omstandigheden verlengde de rechtbank de ondertoezichtstelling voor zes maanden tot 20 juni 2021 en stelde zij het resterende deel van het verzoek aanhoudend tot 1 juni 2021. De GI werd opgedragen uiterlijk twee weken voor die datum te rapporteren over de stand van zaken. De beschikking werd mondeling gegeven op 4 december 2020 en schriftelijk vastgesteld op 15 december 2020.