Partijen waren gehuwd en hadden de Nederlandse nationaliteit ten tijde van de verzoeken. De vrouw verzocht de scheiding van tafel en bed, terwijl de man echtscheiding verzocht. De Nederlandse rechter had rechtsmacht en Nederlands recht was van toepassing op de verzoeken.
De mondelinge behandeling vond plaats op 7 juli 2020. De man overleed op 10 juli 2020, na de mondelinge behandeling maar vóór de uitspraak. Hierdoor eindigde het huwelijk van rechtswege op de datum van zijn overlijden.
De rechtbank verklaarde partijen niet-ontvankelijk in hun verzoeken tot scheiding van tafel en bed en echtscheiding. Ook de verzoeken tot nevenvoorzieningen werden als niet-ontvankelijk beoordeeld. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.