Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..de stichtingStichting Bewaarder Kralust,
EDS Rotterdam C.V.,
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Kralust en EDS enerzijds en de huurder anderzijds over de beëindiging van een huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder had sinds 1998 een woning gehuurd die in 2019 van verhuurder wisselde. Partijen sloten op 10 juli 2019 een vaststellingsovereenkomst waarin werd overeengekomen dat de huurovereenkomst per 20 april 2020 zou eindigen en dat de huurder de woning uiterlijk op die datum zou ontruimen. Tevens werd een verhuisvergoeding van € 8.000 toegezegd zonder dat een alternatieve woning werd aangeboden.
De huurder stelde dat de vaststellingsovereenkomst niet voldeed aan wettelijke eisen voor opzegging bij renovatie en dat zij niet de mogelijkheid had gekregen zich te laten adviseren. De kantonrechter oordeelde echter dat de overeenkomst met wederzijds goedvinden was gesloten, dat de huurder zich had laten adviseren en dat de inhoud van de overeenkomst voor haar duidelijk was. De wettelijke verplichtingen bij opzegging wegens renovatie waren niet van toepassing.
De kantonrechter stelde vast dat de huurder de woning na de afgesproken termijn niet had ontruimd en veroordeelde haar tot ontruiming binnen 30 dagen na betekening van het vonnis. Tevens werd zij veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen 30 dagen na betekening van het vonnis.