Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mr. E.T. van den Hout, advocaat van verzoekster;
- de heer [naam] , (middellijk) bestuurder van verweerster.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot faillietverklaring van een besloten vennootschap die een groothandel in drank exploiteert, voornamelijk leverend aan horecazaken en hotels. Door de coronamaatregelen is de omzet sterk teruggelopen, waardoor de onderneming betalingsproblemen kreeg. Verzoekster, een schuldeiser, vorderde betaling van een openstaande schuld van ruim €10.972,17.
Tijdens de zittingen op 24 november en 8 december 2020 werd duidelijk dat verweerster een betalingsregeling had voorgesteld van €1.000 per maand, terwijl verzoekster een hogere regeling wilde. Verweerster heeft echter al met andere schuldeisers, waaronder de Belastingdienst, betalingsregelingen getroffen en deze worden nagekomen. De rechtbank achtte het voorstel van verweerster redelijk gezien de huidige economische situatie en het vooruitzicht op omzetherstel begin 2021.
De rechtbank concludeerde dat niet summierlijk was gebleken dat verweerster is opgehouden te betalen, omdat de betalingsproblemen het gevolg zijn van de coronacrisis en verweerster concreet zicht heeft op het voldoen van de volledige vordering binnen enkele maanden. Daarom werd het verzoek tot faillietverklaring afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen vanwege de corona-gerelateerde betalingsproblemen en een redelijke betalingsregeling.