De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van een verdachte die zijn zus mishandelde, haar belette in de metro te stappen en haar bedreigde met zware mishandeling. De feiten vonden plaats in juni 2019 in Hoogvliet, Rotterdam.
Hoewel de rechtbank voldoende bewijs vond voor mishandeling, wederrechtelijke dwang en bedreiging, werd de verdachte vrijgesproken van één bedreiging wegens een datumverschil. De verdachte bekende het overige bewezen verklaarde gedrag.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat de verdachte een matig tot ernstige verstandelijke beperking heeft, die chronisch is en zijn functioneren en handelen sterk beïnvloedt. Hierdoor is hij niet in staat zijn gedrag kritisch te beoordelen en is hij impulsief. Deskundigen adviseerden dan ook om de feiten niet aan hem toe te rekenen en hem gedwongen op te nemen in een GGZ-instelling.
De rechtbank volgde dit advies en sprak de verdachte vrij van strafbaarheid, waardoor hij werd ontslagen van alle rechtsvervolging. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. Een afzonderlijke beschikking zal beslissen over een zorgmachtiging.