De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 december 2020 een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, die lijdt aan een paranoïde psychose met ernstige psychotische symptomen. Betrokkene vertoont ernstig nadeel door verwaarlozing, agressief gedrag en maatschappelijke terugtrekking, en weigert vrijwillige zorg.
Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19, werden de advocaat, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en de moeder van betrokkene gehoord. Betrokkene zelf was niet bereikbaar en wilde geen contact. De rechtbank besloot het verzoek zonder betrokkene te behandelen.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging omvat onder meer opname, medicatie, bewegingsbeperking en toezicht. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, met ingang van 9 december 2020, en geldt tot 9 juni 2021.
De advocaat pleitte voor een kortere duur van drie maanden, maar de verpleegkundige gaf aan dat dit te kort is voor adequate behandeling. Tegen deze beschikking staat cassatie open.