De rechtbank Rotterdam behandelde op 11 december 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie.
Uit de medische verklaring en het zorgplan bleek dat betrokkene recent een psychotisch recidief had met agressief gedrag en verwaarlozing, waardoor ernstig nadeel voor zichzelf en de omgeving bestond. Hoewel betrokkene sinds 15 oktober 2020 meewerkt aan medicatie zonder machtiging, is er onvoldoende vertrouwen dat hij dit vrijwillig zal blijven doen vanwege ziekte-inzicht en bijwerkingen.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. Opname en vrijheidsbeperkende maatregelen werden afgewezen vanwege onvoldoende voorzienbaarheid. De machtiging geldt voor drie maanden, met verplichte medicatie en ambulante behandeling via het FACT-team. De beschikking is op 11 december 2020 mondeling gegeven en op 21 december schriftelijk vastgelegd.