ECLI:NL:RBROT:2020:12458

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 december 2020
Publicatiedatum
6 januari 2021
Zaaknummer
C/10/609435 / FA RK 20-9631
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 7:11 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wvggz voor gedragsproblematiek en alcoholafhankelijkheid

De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 december 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan cognitieve stoornissen en alcoholafhankelijkheid. De zorgmachtiging is een voortzetting van een eerder verleende crisismaatregel. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en de officier van justitie gehoord.

Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene gedragsproblematiek vertoont, waaronder agressief en seksueel ontremd gedrag tijdens opname, en dat er een aanzienlijk risico bestaat op ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De advocaat betwist het ernstig nadeel, maar de rechtbank acht dit voldoende onderbouwd en noodzakelijk voor verplichte zorg.

De rechtbank stelt dat betrokkene onvoldoende bereid is vrijwillige zorg te accepteren en dat klinische behandeling noodzakelijk is. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking op een gesloten afdeling, en onderzoek aan kleding, lichaam en verblijfsruimte bij vermoedens van alcoholgebruik. Andere vormen van zorg zoals insluiting en toezicht worden niet noodzakelijk geacht.

De zorgmachtiging wordt verleend voor drie maanden, met ingang van 17 december 2020, en het zorgplan moet worden aangepast conform de uitspraak. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor drie maanden op grond van de Wvggz vanwege gedragsproblematiek en alcoholafhankelijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/609435 / FA RK 20-9631
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 17 december 2020 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] ,
thans verblijvende bij Antes aan [verblijfadres betrokkene] ,
advocaat mr. P.M. Iwema te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 8 december 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van
3 december 2020;
  • de zorgkaart van 2 december 2020;
  • het zorgplan van 2 december 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
17 december 2020.
Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes;
  • mr. J.F.C. Janssen, officier van justitie.

2..Beoordeling

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 17 november 2020, is op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 8 december 2020, is onderhavig verzoek ingediend.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten cognitieve stoornissen en alcoholafhankelijkheid. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de officier waarom de zorgmachtiging is aangevraagd op basis van de Wvggz. Momenteel is er bij betrokkene in ieder geval sprake van gedragsproblematiek en alcoholafhankelijkheid. Daarnaast wordt diagnostisch onderzoek verricht naar de cognitieve stoornissen. Wellicht blijkt hier later toch uit dat de Wzd passender is, maar op basis van de huidige medische gesteldheid van betrokkene is de Wvggz vooralsnog wel aan de orde, aldus de officier. Dit wordt niet betwist. De rechtbank volgt het standpunt van de officier dat er sprake is van een psychische stoornis in de zin van de Wvggz.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Op 13 november 2020 heeft betrokkene verward en agressief gedrag vertoond in een winkel. Hij is daar in conflict geraakt, omdat het verkeerde product geleverd zou zijn. Hierop is de politie ter plaatse geweest en is betrokkene met een crisismaatregel opgenomen. Tijdens de opname heeft betrokkene seksueel ontremd en agressief gedrag vertoond. Zo heeft betrokkene seksuele, grensoverschrijdende en ook achterdochtige uitspraken richting de verpleging gedaan en hij heeft geprobeerd de deur in te trappen. Inmiddels heeft betrokkene hier medicatie voor gekregen. Betrokkene denkt dat zijn opname enkel is gericht op financieel gewin voor de accommodatie. Volgens de zoon van betrokkene kan hij niet meer zelfstandig functioneren, onder meer vanwege geheugenproblemen. Op basis van het voorgaande betwist de advocaat dat er sprake is van ernstig nadeel. Hij voert aan dat het incident in de winkel wellicht is ontstaan doordat betrokkene onder invloed van alcohol was, maar inmiddels gebruikt hij geen alcohol meer. Daarnaast blijkt uit de stukken enkel dat betrokkene iemand ‘schatje’ heeft genoemd. Volgens de advocaat is dit geen seksueel ontremd gedrag. Agressief gedrag dat zich uit in het intrappen van deuren beschouwt de advocaat als een normale reactie op een gedwongen opname. Verder betwist de advocaat niet dat er bij betrokkene sprake kan zijn van geheugenproblemen, maar hij geeft aan dat betrokkene in staat is om een normaal gesprek te voeren. De rechtbank is echter van oordeel dat het ernstig nadeel voldoende is onderbouwd. Het wordt noodzakelijk geacht dat betrokkene voorlopig in de accommodatie blijft voor diagnostiek en eventuele behandeling.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn, omdat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. De advocaat heeft namens betrokkene aangevoerd dat hij wil meewerken aan de ambulante behandeling. Momenteel is alleen klinische behandeling voldoende toereikend, terwijl betrokkene niet meewerkt en de accommodatie wil verlaten. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg heeft de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen in verband met diagnostiek en ter behandeling van een psychische stoornis;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, in verband met opname op de gesloten afdeling;
  • het onderzoek aan kleding of lichaam. Indien wordt vermoed dat betrokkene alcohol gebruikt, kan hij onderzocht worden aan kleding en lichaam;
  • het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen. Indien wordt vermoed dat betrokkene alcohol gebruikt, kan zijn kamer worden gecontroleerd;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen, indien wordt vermoed dat betrokkene alcohol gebruikt;
  • het opnemen in een accommodatie, zo lang ernstig nadeel niet buiten de accommodatie kan worden afgewend.
Het onderzoek aan kleding of lichaam is niet opgenomen in het zorgplan, terwijl deze vorm van verplichte zorg wel nodig is om ernstig nadeel weg te nemen. Daarom bepaalt de rechtbank dat het zorgplan dienovereenkomstig moet worden gewijzigd. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Aangezien diagnostisch onderzoek duidelijkheid zal scheppen over het toestandsbeeld van betrokkene en het vervolgtraject, zal de zorgmachtiging worden verleend voor de afwijkende duur van drie maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat het zorgplan overeenkomstig rechtsoverweging 2.4. moet worden gewijzigd;
3.4.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 17 maart 2021.
Deze beschikking is op 17 december 2020 mondeling gegeven door mr. F.J. Koningsveld, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.C.A. van 't Zelfde, griffier, en op 24 december 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.