De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 december 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan cognitieve stoornissen en alcoholafhankelijkheid. De zorgmachtiging is een voortzetting van een eerder verleende crisismaatregel. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en de officier van justitie gehoord.
Uit de medische verklaring en het zorgplan blijkt dat betrokkene gedragsproblematiek vertoont, waaronder agressief en seksueel ontremd gedrag tijdens opname, en dat er een aanzienlijk risico bestaat op ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De advocaat betwist het ernstig nadeel, maar de rechtbank acht dit voldoende onderbouwd en noodzakelijk voor verplichte zorg.
De rechtbank stelt dat betrokkene onvoldoende bereid is vrijwillige zorg te accepteren en dat klinische behandeling noodzakelijk is. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking op een gesloten afdeling, en onderzoek aan kleding, lichaam en verblijfsruimte bij vermoedens van alcoholgebruik. Andere vormen van zorg zoals insluiting en toezicht worden niet noodzakelijk geacht.
De zorgmachtiging wordt verleend voor drie maanden, met ingang van 17 december 2020, en het zorgplan moet worden aangepast conform de uitspraak. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. Tegen deze beschikking staat cassatie open.