ECLI:NL:RBROT:2020:12483
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing door moeder afgewezen
De moeder heeft verzocht om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) van 12 november 2020 te laten vervallen. Zij stelt dat het goed gaat met haar kinderen, dat zij goede opvoedvaardigheden heeft en dat de betrokkenheid van de GI onnodig is en stress veroorzaakt. De moeder beroept zich op artikel 8 EVRM Pro en artikel 1:247 BW Pro, waarin het recht op privé- en familieleven zonder overheidsbemoeienis is vastgelegd.
De GI verzet zich tegen het verzoek en wijst op twee zorgmeldingen en het gebrek aan contact met de moeder. De GI benadrukt het belang van het uitvoeren van de ondertoezichtstelling en de noodzaak van medewerking van de moeder, onder meer via Beter Beschermd plus (BB plus).
De kinderrechter constateert dat de kinderen nog altijd ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De moeder kampt met schuldenproblematiek, weigert hulp en vermijdt contact met de GI en school. De ondertoezichtstelling is eerder door de rechter vastgesteld vanwege deze bedreigingen. De schriftelijke aanwijzing is een noodzakelijk middel om de maatregel uit te voeren.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van de moeder moet worden afgewezen. De ondertoezichtstelling en de schriftelijke aanwijzing vormen een rechtmatige inbreuk op het gezinsleven, toegestaan onder het EVRM en de Nederlandse wetgeving. De moeder moet de aanwijzing opvolgen en met de GI samenwerken in het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen wordt afgewezen; zij moet meewerken aan de hulpverlening.