Eiser was tot 1 november 2016 eigenaar van een eenmanszaak die werd voortgezet door Medisafe, waar eiser in dienst trad. Medisafe sprak op 17 juli 2019 ontslag op staande voet uit, waarna partijen een schikkingsovereenkomst sloten die onder meer betaling van salaris en overdracht van eigendommen regelde. Eiser vorderde betaling van een dertiende maand over 2019 en afgifte van goederen waarop beslag was gelegd, met vervangende schadevergoeding voor niet teruggegeven goederen.
De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken en salarisstroken niet bleek dat eiser recht had op een dertiende maand over 2019, noch dat er overeenstemming was bereikt over omzetting van winstdeling in een dertiende maand. De vordering tot betaling van een dertiende maand werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van de goederen stelde eiser op te treden namens een derde vennootschap die eigenaar zou zijn van de inventaris, maar hij had niet gesteld of bewezen bevoegd te zijn om namens deze partij op te treden. De schikkingsovereenkomst was uitsluitend tussen eiser, diens echtgenote en Medisafe gesloten. Hierdoor werden de vorderingen tot afgifte van goederen en vervangende schadevergoeding afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.