ECLI:NL:RBROT:2020:12508
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en financiële stabiliteit
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een schuldenlast van ruim €48.000 en inkomsten uit een Participatiewet-uitkering. Tijdens de zitting werden verzoekster en een medewerker van de Kredietbank Rotterdam gehoord.
De rechtbank beoordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was bij het ontstaan van een deel van haar schulden, met name fraudeschulden bij de gemeente Rotterdam die voortvloeiden uit onrechtmatige ontvangst van uitkering. Daarnaast werden schulden aan telecombedrijven als overbesteding aangemerkt, omdat verzoekster wist of had moeten weten dat zij deze niet kon betalen.
Verder oordeelde de rechtbank dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen, mede vanwege het ontbreken van sollicitatie-inspanningen en het niet nakomen van afspraken bij schuldhulpverlening. De financiële situatie werd als instabiel beoordeeld.
Daarom werd het verzoek tot toepassing van de WSNP afgewezen. Verzoekster kan na het aantonen van voldoende ondersteuning, zoals beschermingsbewind, een nieuw verzoek indienen dat mogelijk meer kans van slagen heeft.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende financiële stabiliteit.