De Stichting Woonzorg Nederland vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens een huurachterstand van ruim zeven maanden en het nalaten om roerende zaken uit gemeenschappelijke ruimten te verwijderen. Ondanks meerdere aanmaningen heeft [gedaagde] nagelaten deze spullen te verwijderen, waardoor Woonzorg kosten heeft moeten maken voor het afvoeren daarvan.
Tijdens de procedure erkent [gedaagde] de huurachterstand grotendeels, maar betwist de hoogte van de kosten voor het verwijderen van de spullen en de buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand niet gering is en dat het betalingsverzuim ontbinding rechtvaardigt. Ook is vastgesteld dat [gedaagde] in verzuim is geraakt door niet tijdig de spullen te verwijderen, waardoor Woonzorg gerechtigd is de gemaakte kosten op hem te verhalen.
De gevorderde schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, evenals de wettelijke rente. De kantonrechter wijst het verzoek om ontruiming met inzet van de sterke arm af, omdat de deurwaarder daartoe bevoegd is zonder rechterlijke machtiging. De ontruimingstermijn wordt op 14 dagen gesteld. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.