Uitspraak
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 9 december 2020, met producties;
- de brief van 10 december 2020 van mr. Harteveld-Askamp, met aanvullende producties.
Rechtbank Rotterdam
Eiser huurt een woning van gedaagde waarin de centrale verwarming defect is vanwege een gevaarlijke situatie waardoor de CV-ketel is afgesloten. Eiser vordert in kort geding dat gedaagde het gebrek binnen vijf dagen herstelt, een huurprijsvermindering toepast, en schadevergoeding betaalt voor extra gemaakte kosten en immateriële schade.
Gedaagde verschijnt niet, waarna verstek wordt verleend. De kantonrechter oordeelt dat in kort geding slechts een ordemaatregel kan worden getroffen en wijst daarom de huurprijsvermindering af. Wel wordt toegewezen dat gedaagde het gebrek binnen vijf werkdagen herstelt, met een dwangsom bij niet-naleving.
Verder wordt gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de huurkosten voor een elektroheater, gemaximeerd op €19 per dag, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, gematigd tot €462,50. De gevorderde immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot herstel van de centrale verwarming, vergoeding van huurkosten elektroheater en incassokosten, met afwijzing van huurprijsvermindering en immateriële schadevergoeding.