De gecertificeerde instelling (GI) verzocht op 13 november 2020 om verlenging van de uithuisplaatsing van een kind dat sinds maart 2020 in een jeugdhulpaccommodatie verblijft. Het kind is onder toezicht gesteld en verblijft bij een open groep van Horizon bij Bergse Bos. De GI baseerde het verzoek mede op een rapport van PSY-Drechtsteden, dat een loyaliteitsproblematiek bij het kind constateert en aanvullend onderzoek naar de vader adviseert.
De moeder en vader waren het niet eens met het verzoek. De moeder stelde dat het verblijf bij Bergse Bos niet passend is, omdat het kind geen gedragsproblematiek heeft en het verblijf ingrijpend ervaart. Zij pleitte voor terugplaatsing bij haar met ondersteuning van hulpverlening zoals MST-CAN en het opstarten van omgang met de vader. De vader deelde deze visie en wenste eveneens dat het kind bij een van de ouders woont in plaats van in de instelling.
De kinderrechter oordeelde dat het rapport van PSY-Drechtsteden geen zwaarwegende reden vormt voor verlenging van de uithuisplaatsing. Er zijn geen gronden om het kind langer uit huis te plaatsen. De terugplaatsing bij de moeder wordt ondersteund, onder voorwaarde van passende hulpverlening en het op gang brengen van de omgang met de vader. Het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing wordt daarom afgewezen.