De rechtbank Rotterdam behandelde op 22 december 2020 het verzoek van het CIZ tot verlenging van een rechterlijke machtiging voor het verblijf van een cliënt met een lichte verstandelijke beperking en niet-aangeboren hersenletsel. De cliënt verblijft in een geregistreerde accommodatie van ASVZ en heeft complexe problematiek, waaronder trauma’s en een beperkte weerbaarheid tegen invloeden van buitenaf.
Uit de medische verklaringen en het zorgplan blijkt dat het gedrag van de cliënt leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade. De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar.
Hoewel de cliënt zich verzet tegen de voortzetting en een kortere machtiging wenst, oordeelt de rechtbank dat een machtiging voor twee jaar passend is. De orthopedagoog en curator benadrukken het belang van rust en continuïteit voor de ontwikkeling van de cliënt. De rechtbank wijst het verzoek van de advocaat voor een kortere termijn af en verleent de machtiging tot en met 22 december 2022.