De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van een minderjarig kind, geboren in 2017. Deze behandeling betreft geplande controle-afspraken en spoedoverleg bij acute astmatische aanvallen.
De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, voerde verweer en gaf aan dat zij haar toestemming niet weigert, ondanks een vertrouwensbreuk met de huidige arts en een voorgenomen verhuizing. Zij erkent het belang van de medische controles en spoedbehandeling en zal haar toestemming niet onthouden.
De kinderrechter oordeelde dat vervangende toestemming op grond van artikel 1:265h BW alleen kan worden verleend indien de ouder zijn toestemming weigert. Nu de moeder expliciet toestemming gaf, is het verzoek van de GI niet ontvankelijk en wordt het afgewezen.
De beschikking is op 24 december 2020 mondeling gegeven en op 20 januari 2021 schriftelijk vastgesteld. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat bij het gerechtshof Den Haag.