AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voorlopige ondertoezichtstelling ongeboren kind en aanhouding machtiging spoed-uithuisplaatsing
De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 23 december 2020 een verzoek ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling van een ongeboren kind voor de duur van drie maanden, met daarnaast een verzoek om machtiging tot spoed-uithuisplaatsing na de geboorte, verwacht op 23 januari 2021.
De rechtbank stelt vast dat het ongeboren kind op grond van artikel 1:2 BWPro als geboren wordt beschouwd voor zover zijn belang dit vereist. Er bestaat een ernstig vermoeden dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld, en een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om acute en ernstige bedreiging weg te nemen. De rechtbank besluit het ongeboren kind voorlopig onder toezicht te stellen van 23 december 2020 tot 23 maart 2021.
De rechtbank oordeelt dat er geen zodanige spoedeisendheid is dat het verzoek om machtiging spoed-uithuisplaatsing niet kan worden afgewacht. Daarom wordt de beslissing over dit verzoek aangehouden tot de zitting op 5 januari 2021. De Raad, de gecertificeerde instelling en de belanghebbende worden opgeroepen voor deze zitting.
De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A.A.J. de Nijs op 23 december 2020 en schriftelijk vastgesteld op dezelfde dag.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling wordt toegewezen en het verzoek tot machtiging spoed-uithuisplaatsing aangehouden.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/610366 / JE RK 20-3576
datum uitspraak: 23 december 2020
beschikking voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Regio Zuidoost Nederland, locatie Eindhoven,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te Eindhoven,
betreffende
het nog ongeboren [naam kind] ,
hierna te noemen het ongeboren kind.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 23 december 2020, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.
Het verzoek
De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind verzocht
voor de duur van drie maanden. Daarnaast heeft de Raad een machtiging uithuisplaatsing voor het ongeboren kind verzocht in een voorziening voor pleegzorg vanaf de geboorte, die verwacht wordt op 23 januari 2021 (zie par. 7 van de onderbouwing van het verzoek).
De beoordeling
Op grond van artikel 1:2 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt het kind waarvan een vrouw zwanger is aangemerkt als al geboren, zo dikwijls als zijn belang dit vordert.
Uit het verzoekschrift blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 BWPro). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor het ongeboren kind weg te nemen. Het ongeboren kind zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1:257 BWPro).
Het verhoor van de Raad en de belanghebbende kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind.
De Raad en de belanghebbende worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.
Ook een beslissing op een verzoek om een machtiging uithuisplaatsing kan worden gegeven zonder eerst de belanghebbende te horen, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor het ongeboren kind. De kinderrechter is echter van oordeel dat er uit de stukken niet een dusdanige spoed blijkt dat de behandeling ter zitting niet kan worden afgewacht. Daarom zal de beslissing op het verzoek om een machtiging tot (spoed)uithuisplaatsing van het ongeboren kind per datum geboorte worden aangehouden tot de hierna genoemde zitting.
De beslissing
De kinderrechter:
stelt het nog ongeboren kind voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam, Jeugd Veilig Verder, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, met ingang van 23 december 2020 tot 23 maart 2021;
houdt de beslissing voor het overige aan;
bepaalt dat de Raad, de GI en de belanghebbende zullen worden gehoord ter zitting van
5 januari 2021 om 08:45 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. C.N. Melkert, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbende.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2020 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in het bijzijn van K. Rinkel, griffier, op 23 december 2020.