ECLI:NL:RBROT:2020:12879

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
8702831 VV EXPL 20-322 (nieuw: 8915158 VZ VERZ 20-20041)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vereisten verzet en hoger beroep na verstekvonnis in kort geding

Op 14 september 2020 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in een kort geding tegen de gedaagde, die niet is verschenen, waardoor verstek is verleend. De gedaagde heeft vervolgens per brief aangegeven verzet te willen instellen, maar de kantonrechter wijst haar erop dat verzet niet met een brief kan worden ingesteld, maar via een dagvaarding door een deurwaarder. Zij krijgt de gelegenheid dit alsnog te doen met een uiterste dagvaardingstermijn.

De kantonrechter benadrukt dat het instellen van verzet waarschijnlijk weinig zin heeft, aangezien er inmiddels een bodemuitspraak is gedaan in de hoofdzaak die in principe leidend is. Daarnaast wordt de gedaagde gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep tegen de hoofdzaakuitspraak, waarbij zij een advocaat moet inschakelen en de termijn strikt is.

De beschikking bepaalt dat de zaak op 12 januari 2021 op de rol staat en dat de gedaagde Stadswonen Rotterdam tijdig moet oproepen met inachtneming van de wettelijke termijnen. De beslissing is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting door mr. M. Fiege.

Uitkomst: Gedaagde wordt gewezen op juiste procedure voor verzet en hoger beroep en krijgt gelegenheid dagvaarding uit te brengen; verzet met brief is niet ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 8702831 VV EXPL 20-322 (nieuw: 8915158 VZ VERZ 20-20041)
uitspraak: 11december 2020

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van
de stichting
Stadswonen Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.E. Boellaard-Roeters van Lennep,
tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Stadswonen’ en ‘ [gedaagde] ’.

De beoordeling

Op 14 september 2020 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer 8702831 VV EXPL 20-322. In deze procedure is [gedaagde] niet verschenen en daarom is tegen haar verstek verleend.
[gedaagde] heeft in haar brief van 24 oktober 2020 geschreven dat zij verzet wil instellen. In deze procedure is het instellen van verzet mogelijk, maar niet met een brief. [gedaagde] moet om verzet in te stellen een dagvaarding laten uitbrengen door een deurwaarder. Zij wordt in de gelegenheid gesteld om dit alsnog te laten doen. [gedaagde] moet zelf een deurwaarder benaderen. De deurwaarder moet een kopie van deze beslissing en de brief van [gedaagde] bijvoegen. De dagvaarding moet ten minste acht dagen voor 12 januari 2021 worden uitgebracht. Als [gedaagde] geen dagvaarding laat uitbrengen, dan zal zij niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het is de vraag of [gedaagde] wel belang heeft bij het instellen van verzet in de zaak met zaaknummer 8702831 VV EXPL 20-322. Het betreft een uitspraak in een kort geding. Er is ondertussen echter ook een uitspraak gedaan in de hoofdzaak met zaaknummer 8343168 CV EXPL 20-6071. Die uitspraak is in de plaats gekomen van de uitspraak in deze zaak. In dit kort geding mag in beginsel niet anders worden beslist dan in de uitspraak in de zaak met zaaknummer 8343168 CV EXPL 20-6071. Het instellen van verzet heeft daarom waarschijnlijk weinig zin.
Het is mogelijk dat [gedaagde] hoger beroep wil instellen tegen de uitspraak in de zaak met zaaknummer 8343168 CV EXPL 20-6071. Hoger beroep moet worden ingesteld bij het hof. Het hof zal de zaak dan opnieuw beoordelen. Hoger beroep kan niet worden ingesteld met een brief. [gedaagde] zal voor het instellen van hoger beroep een advocaat moeten inschakelen. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat slechts binnen een beperkte termijn hoger beroep kan worden ingesteld.

De beslissing

De kantonrechter:
bepaalt dat de zaak op de rolzitting van
dinsdag 12 januari 2021 te 13:30uur zal komen;
wijst [gedaagde] erop dat zij Stadswonen Rotterdam tegen de hiervoor genoemde dag en tijd, met inachtneming van de wettelijke termijnen, bij exploot moet oproepen, onder betekening van deze beslissing en haar brief van 24 oktober 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
371