Uitspraak
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
[gedaagde] ,
De beoordeling
De beslissing
dinsdag 12 januari 2021 te 13:30uur zal komen;
Rechtbank Rotterdam
Op 14 september 2020 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in een kort geding tegen de gedaagde, die niet is verschenen, waardoor verstek is verleend. De gedaagde heeft vervolgens per brief aangegeven verzet te willen instellen, maar de kantonrechter wijst haar erop dat verzet niet met een brief kan worden ingesteld, maar via een dagvaarding door een deurwaarder. Zij krijgt de gelegenheid dit alsnog te doen met een uiterste dagvaardingstermijn.
De kantonrechter benadrukt dat het instellen van verzet waarschijnlijk weinig zin heeft, aangezien er inmiddels een bodemuitspraak is gedaan in de hoofdzaak die in principe leidend is. Daarnaast wordt de gedaagde gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep tegen de hoofdzaakuitspraak, waarbij zij een advocaat moet inschakelen en de termijn strikt is.
De beschikking bepaalt dat de zaak op 12 januari 2021 op de rol staat en dat de gedaagde Stadswonen Rotterdam tijdig moet oproepen met inachtneming van de wettelijke termijnen. De beslissing is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting door mr. M. Fiege.
Uitkomst: Gedaagde wordt gewezen op juiste procedure voor verzet en hoger beroep en krijgt gelegenheid dagvaarding uit te brengen; verzet met brief is niet ontvankelijk.