ECLI:NL:RBROT:2020:12891

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2020
Publicatiedatum
4 februari 2021
Zaaknummer
C/10/605908 / FA RK 20-7916
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • D.I. Hendriks - van Wel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 WvggzArt. 7:1 WvggzArt. 8:11 WvggzArtikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens reeds lopende zorgmachtiging

De officier van justitie verzocht op 14 oktober 2020 om voortzetting van een op 13 oktober 2020 opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.

De mondelinge behandeling vond plaats op 15 oktober 2020 via beeld- en geluidverbinding, waarbij betrokkene en zijn advocaat werden gehoord, evenals een psychiater van Antes. De officier van justitie was niet aanwezig omdat geen nadere toelichting werd geacht nodig.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de crisismaatregel alleen mogelijk is indien de crisissituatie zo ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Omdat betrokkene reeds een zorgmachtiging heeft die geldig is tot 16 februari 2021, ontbreekt de grondslag voor voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank wees het verzoek af en wees op het openstaande rechtsmiddel van cassatie.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens het bestaan van een lopende zorgmachtiging.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/605908 / FA RK 20-7916
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 oktober 2020 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,
hierna: betrokkene,
wonende aan de [adres betrokkene] ,
thans verblijvende in Antes, locatie Albrandswaardsedijk te Poortugaal,
advocaat mr. J.J. van Santbrink te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 oktober 2020, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 13 oktober 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van
13 oktober 2020;
- de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van
13 oktober 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Gelet op de artikelen 7:7 lid 1 Wvggz jo. 7:1 lid 1 sub d Wvggz, kan er alleen een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden afgegeven als de crisissituatie dusdanig ernstig is dat de procedure voor de zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Betrokkene heeft echter al een zorgmachtiging, die loopt tot en met 16 februari 2021. Hierdoor is er geen grondslag voor het voortzetten van de crisismaatregel.
In dit geval bestond de mogelijkheid om tijdelijke verplichte zorg in noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 e.v. Wvggz toe te passen, waarna, indien nodig, een wijziging van de zorgmachtiging kan worden aangevraagd.
2.2.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 15 oktober 2020 mondeling gegeven door mr. D.I. Hendriks - van Wel, rechter, in tegenwoordigheid van M. Streefland, griffier en op 19 oktober 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.