Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Procesverloop
- het verzoekschrift, ingekomen op 2 oktober 2020, met bijlagen;
- de e-mail met bijlagen van [naam] , jurist bij de zorgaanbieder Antes (hierna: verweerder) van 20 oktober 2020.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot schadevergoeding ingevolge artikel 10:11 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) van een betrokkene die onterecht vrijheidsbeperking heeft ondergaan van 18 tot en met 23 juni 2020.
De voorlopige machtiging liep tot 17 juni 2019, en er was een crisismaatregel verleend op 24 juni 2020. In de periode tussen deze maatregelen vond verplichte zorg plaats, waarbij onterechte vrijheidsbeperking werd vastgesteld. De advocaat van verzoekster stelde dit vast en vroeg om schadevergoeding, die door verweerder werd erkend.
Hoewel partijen overeenstemming bereikten over de schadevergoeding van €560, was er een geschil over de proceskosten. Verweerder wilde deze niet vergoeden, stellende dat de procedure onnodig was gestart en dat alternatieve klachtenprocedures mogelijk waren. De rechtbank oordeelde dat het gebruikelijk is dat partijen ieder hun eigen kosten dragen in dit soort zaken.
De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding toe en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. De beschikking werd gegeven door rechter M.W.J. van Elsdingen op 28 oktober 2020.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €560 schadevergoeding en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.