Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
.
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair en onder 2 tenlastegelegde;
4..Waardering van het bewijs
die
n, aan [naam slachtoffer] ,
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
- de post betreffende het spaargeld dient te worden afgewezen, omdat er geen rechtstreeks verband bestaat tussen de strafbare feiten en deze schade;
- de post horloges dient te worden gematigd tot € 550,- gelet op de verklaring van de broer van het slachtoffer dat de horloges voor dit bedrag zijn gekocht;
- de posten waarbij is gerekend met 40 jaar toekomstschade kan slechts gedeeltelijk worden toegewezen omdat op dit moment onzeker is of die schade zich zal uitstrekken over 40 jaren. Het is aan de rechtbank om het aantal jaren te bepalen;
- de post betreffende de nachtkleding onder kledingschade;
- de post betreffende het matras, het laken en de deken;
- de schoonmaakkosten van de woning à € 120,- per maand.
Een ander is alleen verplicht die schade te vergoeden als de wet dat bepaalt. De verdachte heeft geweld uitgeoefend tegen het slachtoffer en heeft daarmee onrechtmatig jegens hem gehandeld. De wet bepaalt dat degene die onrechtmatig handelt jegens een ander verplicht is alle schade die daardoor voor die ander ontstaat aan die ander te vergoeden. Er is dus een wettelijke verplichting voor de verdachte om de schade van het slachtoffer aan hem te vergoeden.
- Eigen risico: € 10.776,46
- Niet vergoede zorgkosten: € 27.895,13
- Hulpmiddelen:
- Ziekenhuis- en revalidatieopname: € 6.225,-
- Mantelzorg/huishuidelijke hulp: € 28.229,37
- Beschadigde zaken:
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11.. Beslissing
€ 426.184,96 (zegge: vierhonderdzesentwintigduizendhonderdvierentachtig euro en zesennegentig cent),bestaande uit € 76.184,96 aan materiële schade en € 350.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen
€ 426.184,96 (zegge: vierhonderdzesentwintigduizendhonderdvierentachtig euro en zesennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 426.184,96 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
365 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.520,92 (zegge: tweeduizendvijfhonderdtwintig euro en tweeënnegentig cent),bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen
€ 2.520,92 (hoofdsom, zegge: tweeduizendvijfhonderdtwintig euro en tweeënnegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.520,92 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
35 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 42.500,- (zegge: tweeënveertigduizendvijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen
€ 42.500,- (hoofdsom, zegge: tweeënveertigduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 42.500,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
245 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 17.500,- (zegge: zeventienduizendvijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] te betalen
€ 17.500,-(hoofdsom,
zegge: zeventienduizendvijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2019 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 17.500,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
122 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.