ECLI:NL:RBROT:2020:13027

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 december 2020
Publicatiedatum
24 februari 2021
Zaaknummer
C/10/606262 / JE RK 20-2883
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265c lid 2 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing wegens onzekere gezondheid moeder

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht de rechtbank om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind voor de duur van een jaar. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar vanwege haar onzekere gezondheidssituatie, waaronder een ziekenhuisopname tijdens de coronaperiode, verblijft het kind deels bij een pleeggezin.

De kinderrechter behandelde de zaak op 17 december 2020 met gesloten deuren, waarbij vertegenwoordigers van de GI werden gehoord. De moeder, het kind en de pleegouders waren niet aanwezig. Uit de stukken en de zitting bleek dat de gezondheid van de moeder momenteel stabiel is, maar het ziekteverloop onzeker blijft. Het kind verblijft het grootste deel van de week bij de moeder, maar het is wenselijk dat het kind direct kan worden opgevangen door het pleeggezin indien de gezondheid van de moeder verslechtert.

De kinderrechter oordeelde dat het belang van het kind en de noodzaak tot monitoring van de situatie en veiligheid een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing rechtvaardigen. De beschikking werd verlengd tot 4 januari 2022 en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 4 januari 2022 wegens de onzekere gezondheid van de moeder.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/606262 / JE RK 20-2883
datum uitspraak: 17 december 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2008 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

[naam pleegouders] ,

hierna te noemen de pleegouders, wonende te [woonplaats pleegouders] .

Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 13 oktober 2020, ingekomen bij de griffie op 19 oktober 2020.

Op 17 december 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn twee vertegenwoordigsters van de GI, [naam 1] en [naam 2] .
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
  • [naam kind] ,
  • de moeder,
  • de pleegouders.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] verblijft deels bij de moeder en deels bij een pleeggezin.
Bij beschikking van 30 december 2019 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 4 januari 2021. De kinderrechter heeft bij beschikking van 30 december 2019 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 4 januari 2021.
Het verzoek
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens heeft de GI verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Op dit moment gaat het naar omstandigheden heel goed met de moeder. Tijdens de coronamaatregelen is zij een aantal maanden in het ziekenhuis geweest, maar inmiddels is ze al weer een tijd thuis. Over het verwachte ziekteverloop van de moeder kunnen nog geen uitspraken worden gedaan, maar op dit moment is de gezondheid van de moeder stabiel. De huidige afspraak is dat [naam kind] op woensdagen en in de weekenden bij het pleeggezin slaapt. [naam kind] en de moeder zouden graag willen dat [naam kind] meer thuis kon zijn. [naam kind] zou graag vaker thuis willen zijn zodat ze meer met haar vriendinnen kan gaan doen. Het gaat goed met [naam kind] binnen het pleeggezin en op school.
De moeder, de pleegouders en [naam kind] hebben te kennen gegeven het eens te zijn met het verzoek.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de huidige situatie met betrekking tot de gezondheid van de moeder nog steeds onzeker is. In het afgelopen jaar heeft de moeder enkele maanden in het ziekenhuis moeten verblijven, maar de situatie is op dit moment gelukkig dusdanig stabiel dat de moeder weer thuis kan wonen. Het is fijn dat de pleegouders zich bereid hebben verklaard om [naam kind] op te nemen in het gezin, ter ontlasting van de moeder en voor de periodes waarin de moeder weer in het ziekenhuis moet verblijven. Op dit moment verblijft [naam kind] het grootste deel van de week bij de moeder, maar het is wenselijk dat [naam kind] direct bij het pleeggezin terecht kan wanneer de gezondheid van de moeder weer achteruit zou gaan. Daarnaast is het in het belang van [naam kind] dat de GI de situatie, de ontwikkeling en de veiligheid van [naam kind] de komende tijd nog blijft monitoren.
Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).

De beslissingDe kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 4 januari 2022;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg, tot 4 januari 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2020 door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.E. den Breejen als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 december 2020.
De griffier is buiten staat
deze beschikking mede
te ondertekenen.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.