Partijen sloten een overeenkomst waarbij eiser rechtsbijstand zou verlenen aan Stichting Westlandse Schaapskudde tegen een totaalbedrag van €2.722,50 inclusief btw. Stichting betaalde een voorschot van €1.500,-, maar voldaan werd niet het volledige bedrag. Eiser sommeerde betaling en ontbond de overeenkomst op grond van de algemene voorwaarden.
De stichting betwistte de vordering en stelde dat niet alle overeengekomen werkzaamheden waren verricht, waardoor zij niet het volledige factuurbedrag hoefde te betalen. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst terecht door eiser was ontbonden, maar dat een beroep op artikel 9.2 van de algemene voorwaarden tot betaling van het volledige openstaande bedrag onredelijk was gezien de omstandigheden.
De rechter stelde vast dat de werkzaamheden voornamelijk bestonden uit aanmaningen en voorbereidingen, zonder dat er een procedure volgde. Gezien het feit dat de stichting geen ondernemer is en de algemene voorwaarden door eiser eenzijdig waren opgesteld, werd het beroep op deze voorwaarden afgewezen. Het redelijke loon werd vastgesteld op het reeds betaalde voorschot van €1.500,-, waardoor de resterende vordering werd afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld.