ECLI:NL:RBROT:2020:13034

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 december 2020
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
8433855 CV EXPL 20-10481
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 1 RvArt. 108 lid 2 RvArt. 1:10 lid 2 BWArt. 74 lid 1 RvArt. 110 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling relatieve bevoegdheid rechtbank in civiele procedure tussen Van Mossel MB B.V. en New Day Productions B.V.

In deze civiele procedure tussen Van Mossel MB B.V. en New Day Productions B.V. stond de relatieve bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam ter discussie. Van Mossel voerde aan dat de rechtbank Rotterdam relatief bevoegd was, onder verwijzing naar een vermeende afspraak tussen partijen na het ontstaan van het geschil. New Day Productions heeft hier niet op gereageerd.

De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de bevoegdheid en de mogelijkheid om de zaak naar de rechtbank Den Haag te verwijzen. Van Mossel heeft New Day Productions verzocht in te stemmen met de bevoegdheid van Rotterdam, maar zonder reactie. New Day Productions heeft ook geen akte ingediend.

Op grond van artikel 99 lid 1 Rv Pro in samenhang met artikel 1:10 lid 2 BW Pro is de rechtbank Den Haag bevoegd. Daarom verklaart de kantonrechter te Rotterdam zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Den Haag, afdeling kanton. Partijen worden gewezen op de procedurele vereisten voor voortzetting van de procedure.

Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Den Haag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8433855 CV EXPL 20-10481
uitspraak: 31 december 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Van Mossel MB B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarders [naam 1] en [naam 2],
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
New Day Productions B.V.,
gevestigd te Den Haag,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam 3] .
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Van Mossel’ en ‘New Day Productions’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 18 september 2020 en de daarin genoemde stukken;
de akte van de zijde van Van Mossel.
Het vonnis is nader bepaald op heden.

2..De verdere beoordeling

2.1
In het tussenvonnis van 18 september 2020 is Van Mossel in de gelegenheid gesteld toe te lichten waarom de rechtbank Rotterdam volgens haar relatief bevoegd is om op onderhavige vordering te beslissen. Ook zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich erover uit te laten of zij willen dat de zaak naar de rechtbank Den Haag wordt verwezen.
2.2
Van Mossel heeft gesteld dat de rechtbank Rotterdam na het ontstaan van het geschil
nietdoor partijen in onderling overleg is aangewezen als relatief bevoegde rechter als bedoeld in artikel 108 lid 2 Rv Pro. Zij heeft New Day Productions verzocht hiermee alsnog in te stemmen, maar New Day Productions heeft hierop niet gereageerd.
2.3
New Day Productions heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid zich bij akte over voornoemde kwestie uit te laten.
2.4
Het voorgaande betekent dat de rechtbank Den Haag op grond van artikel 99 lid 1 Rv Pro jo. artikel 1:10 lid 2 BW Pro bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De kantonrechter te Rotterdam zal zich daarom onbevoegd verklaren en de zaak doorverwijzen naar de rechtbank Den Haag.

3..De beslissing

De kantonrechter
:
verklaart zich onbevoegd om op de vordering van Van Mossel te beslissen;
verwijst de zaak naar de rechtbank Den Haag, afdeling kanton, locatie Den Haag;
wijst partijen erop dat voor voortzetting van de procedure vereist is dat een van partijen de andere partij bij exploot oproept tegen een nieuwe roldatum (artikel 74 lid 1 jo Pro. artikel 110 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering);
bepaalt dat de procedure vervolgens wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bij de verwijzing bevindt.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416